grammatica insomnia iii

’s nachts zoek ik je, vendredi
straks maak ik een landkaart
bedoeld om je te laten verdwalen:
dat kan ook, de weg kwijt wíllen
zijn: ’s nachts, vendredi, dat is
overal ergens anders: afstand
als tussen abel en seth

ik zal van je opsommen; nagels,
hart, tanden, handen, slaap

martin buber zegt dat zodra ik
over je praat, je een “het” geworden bent,
dat elke jij blijft bestaan tot je
de eerste indruk loslaat, stopt
met het loslaten van de gedaante
en al die impressies aaneenrijgt

ik wil geen kruissteekkleed van je maken
maar heb niet genoeg aan een naald

trouwens, buber zegt het anders
dus eigenlijk helemaal niet; soms
is het makkelijk een andere mond te gebruiken
of dacht je dat God lippen had
toen hij om licht vroeg? ’s nachts
zei ik vendredi, dat is
als de kraan opendraaien lawaai maakt,

over die landkaart: hier is het punt

als ik wil dat jij je kwijtraakt
moet ik dan een bestaand land gebruiken
dat je niet kent, of moet ik het idee
geven dat je hem niet nodig hebt
tot het mis gaat en je hem raadpleegt
en dan paden volgt die juist lijken
maar afwijken, ontwijken, uitwijken,
die elke prefix tot zich nemen
om wijken te nuanceren tot meer
dan een verzameling huizen

als dit taalspel is, vendredi, wat staat er dan (op)
ik bedoel: wat staat er op het spel
waar is dit de bodem van – vendredi,
mensen praten over gelaagde taal
alsof je het opstapelt, maar het bedoelt
dat je niet hoeft te bukken, de taal is gelaagd
zodat er ruimte ontstaat onder
het plafond: het zit niet verstopt
achter kliklaminaat, het ligt voor je

vendredi, vendredi, vendredi – het theater begint
en blijft beginnen, want elke seconde
blijkt de vorige gespeeld

beter houd je je bezig met dingen
als het ontleden van insecten, als origami
of een combinatie van die twee

ik vraag me wel eens af hoe
een gesprek tussen joyce en celan
zou verlopen, ik vraag me af
hoe kafka zou denken
over dat gesprek en ten slotte
vraag ik me af hoe david foster wallace
– het is gebruikelijk hem vol–
uit te schrijven, het was een vol–
ledige man, dat was zijn probleem –
hoe hij zou schrijven over kafka
die denkt over een gesprek
tussen joyce en antshel (mag ik
nu weer stoppen met het noemen
van namen, vendredi? van namen
wordt ik moe (of was dat maar zo)),

ik bedacht laatst een contraptie
waarbij je een draad om een vingerkoot moest spannen,
wanneer je dan je hand terug wilde trekken
ging het draadje strakker en strakker: met andere woorden
zodra het draadje om je vinger zit
ben je je vinger kwijt

toen dacht ik dat het
met meer dingen zo zit, zoals je lichaam:
een intrigerend woord, komt van “lik”,
spreek uit “liek”, en van “hamo” zoals je het hoort;
“lik” betekent lijk of lichaam,
“hamo” betekent ver- of omhullen,
dus “lichaam” is het omhulsel
van een lijk of van een lichaam
is het omhulsel van een lichaam
is het omhulsel van zie je waar
ik op doel? We zijn het woord
voor “lichaam”, voor onverhuld “lichaam”,
kwijtgeraakt aan “lijk”

daarom ben ik een voorstander
van persoonlijke e-mails: enveloppen
werden onrechtmatig “brieven” genoemd
maar de brief zit in de envelop,
vendredi, de envelop is afstand

had ik het al gehad over abel en seth?
dan is dit het moment om te beginnen
over déjà-vu – kan dat, daarover
beginnen? of heb je het altijd erover
gehad? nou ja. al ons denken
draait om herhaling (heen) – ik ben, vendredi,
blij dat déjà-vu bestaat, maar ik vind het jammer
dat het frans moest zijn, een gegeven
dat weer in balans wordt gebracht door de gedachte
dat “cliché” ook van hen komt

’s nachts – (ik ben nooit
in parijs geweest) – zoek ik je,
vendredi, ’s nachts – (ik las ooit
dat franse baby’s bij de geboorte
anders janken dan germaanse;
dat moest betekenen, zei een onderzoeker:
taalvorming begint in de baarmoeder.
trouwens, de fransen huilen omhoog,
de germanen omlaag: dat vond ik wel schattig;
in zekere zin naar elkaar

meet van die dreumesen de golven eens
dan kan een avant-gardecomponist er
conceptkunst mee maken – en kan freud
makkelijk aan- of insluiten), iets met een moeder-
roep en griekse mythologie,
oh gekke freud toch

nee wacht, dat was natuurlijk jung

veel dingen zijn onrechtvaardig
bijvoorbeeld de beste tv-series, die hebben vaak
de minste afleveringen per seizoen
en dan moet je weer een jaar
gaan wachten – kunnen kevin spacy
en benedict cumberbatch
hun andere rollen niet afzeggen? tot we het zat zijn
(maar dat duurt nog wel even, sherlock
holmes leeft
inmiddels langer dan zijn schrijver),

weet je, vendredi:

gebeden zijn een soort brief
zonder omhulsel of lichaam of grammatica,
gebeden staan bij voorbaat al
in verleden tijd: wat het is, is dat het is
gedaan – een beetje als slapen,
dat kun je ook
enkel achteraf zeggen (behalve als je lucide droomt;
zodoende de onvermijdelijke vraag:
hoe ben je lucide ingebed? há: in bed
met je ogen en je spieren dicht),
in zekere zin ook in je hoofd, behalve dan
hoe je daar rondloopt, hoe je daar rondloopt vendredi,
hoe je sleutelbeen onder je hals,

vendredi, ik wil wel een heldendicht over je schrijven
maar spreek beperkt archaïsch

vendredi, ik heb wel eens spijt, of: ik voel me wel
eens schuldig – dat noemen ze het concentratiekampsyndroom,
in een aantal gevallen

vendredi, ’s nachts als ik je zoek
weet ik dat je je lichaam zo bedoelt,
dat er een lexicon bestaat voor hoe jij je draagt,

vendredi: is dat niet een brief,
opzettelijk verdwalen? ik maak hier een “jij”,
straks komt hij nog aan, straks
krijgt hij een lichaam, straks ontvouwt de envelop weer
en valt de haam weg, straks
zou jij een lijk kunnen zijn, maar niet nu,
nooit nu,
herinner je wat ik zei over buber: een lijk
is een het, een jij wordt het pas
als ik je loslaat,
vendredi: de draad zit al
rond mijn vinger, dat is de oplossing: bij de contraptie
blijven staan

vendredi, ik heb een jij gemaakt
en hoop dat je hem opraapt zodat je
hem weg moet geven: met “jij” wordt nooit
een zelf bedoelt, telkens door iedereen een ander

is er nog ruimte voor een biecht, vendredi?
ik wil me wel eens kwijtraken – vendredi,
ik heb er problemen mee
dat we mensen bij hun geboorte al vernoemen
en laten verwijzen naar uiteindelijk een dode
die verwijst naar een dode, naar een dode,
en zo voort

en vendredi, wat zorgt ervoor dat we een woord
zodra het gezegd is, willen herhalen?

al het zeggen is te laat,
je kunt, als gebeden, als slapen, alleen achteraf opmerken
dat iets een neologisme was,

je kunt alleen achteraf, vendredi, bedenken
dat iets
iets voor jou
betekende

tot die tijd blijft jij
tussen ons heen
en weer gaan

het raakt ons aan, vendredi: het kwijt-
raakt ons aan, het is er de hele tijd bij

en wijst ons erop
dat iets naar ons wijst

This was posted 2 months ago. It has 0 notes.

De winter
is het goede.

De beslotenheid
van de dag
als het avond is.

En
het kijken
in de boom
naar de kennis
die je weet.

Het goede
van warmte.

Het goede
van vuur.

Het
is winter
en het kijkt
in mijn leven
naar vroeger.

Het is goed
dat het winter is.

Als je
de winter liefhebt
mag je
de dood niet schuwen.

Jan Arends, Lunchpauzegedichten
This was posted 4 months ago. It has 1 note.
Four of the roses were on fire.
They stood up straight and pure on the stalk, gripping the dark like prophets
and howling colossal intimacies
from the back of their fused throats.
Anne Carson, Autobiography of Red
This was posted 6 months ago. It has 4 notes.
The text is independent of us; it awaits us. Everyone needs his own time to come to it. The encounter occurs when the text is no longer treated as literature or artwork, but as reference point or model.
Arvo Pärt
This was posted 6 months ago. It has 1 note.